Geen tuin meer voor joden

In 1941 beginnen ook de anti-joodse maatregelen. Sinds 16 juli is het joden verboden parken te betreden. In november wordt het hen verboden deel te nemen aan verenigingen van personen en stichtingen zonder economisch doel (verordening 199 van 22 oktober 1941). Lid zijn, lid worden, direct of indirect voordeel trekken uit, werkzaam zijn voor, het is allemaal verboden voor joden – tenzij deze verenigingen uitsluitend bedoeld zijn voor joden – en dan gelden nog allerlei uitzonderingen. Dit is typerend voor de werkwijze van de bezetter: gelijk met de verplichte registratie van alle tuinders wordt het joden verboden om lid te zijn van de Bond. En daarbij wordt dan een Nederlandse organisatie belast met de uitvoering. Werkt de organisatie niet mee, dan wordt er gedreigd met zwaardere maatregelen. Deze maatregel is in alle dagbladen verschenen, maar in het algemeen is berichtgeving over de anti-joodse maatregelen verboden.

Eind 1941, de regie wordt strakker, de Bonden krijgen meer taken, de besturen voelen zich eindelijk erkend: “Een haast historische dag voor het volkstuinwezen

Hoofdbestuursvergadering van BVV op Zondag 2 november 1941 aanvangende te 2 uur in Gebouw Krommeniestraat 21 te Amsterdam
(van deze notulen is een langere versie op een los blad (424-13) en een kortere versie (424-7) die is opgenomen in het notulenboek.
Eerst gedeelten uit de lange versie :

….
Mededelingen van het Rijksbureau voor Volkstuinen.
De heer Uilham (2e voorzitter) licht dit nader toe.
Als ambtenaar voor deze zitting was toegewezen den welbekende heer Lantinga. Lantinga vertelde dat hij nog steeds dezelfde is gebleven (dwz voordat hij voor de bezetter werkte). De bedoeling van deze bijeenkomst was om de Volkstuinders in het algemeen meer bij elkaar te brengen. Na deze bespreking had een onderhoud plaats met den heer Duijser (persreferaat van de Commissaris van niet-economische verenigingen). Deze heer deelde mede, dat in ’t orgaan De Volkstuin – dat hij een jaar lang gelezen had – niets was voorgekomen dat met politiek te maken had, dit deed hem aangenaam aan.
Het volgende werd voorts naar voren gebracht:
Punt 1. Alle verschijnende organen over Volkstuinen moeten verdwijnen, op één na, te weten het bestaande van het Algemeen Verbond
,, 2. Alle Volkstuinders moeten zich aansluiten bij t Landelijk Verbond
,, 3. Voor het aansluiten aan het Landelijk Verbond is den tijd onbepaald.
,, 4. Wat het orgaan voor alle volkstuinders betreft, zou dit reeds per 1 December a.s. in werking gaan.

Tevens werd de contributie van het LV zéér laag bevonden.
Vroegop zegt dat als het LV hiermede niet accoord kan gaan er een Commissaris zal worden toegewezen.
Er moet dus één organisatie komen voor het geheele land. Hij zet deze plannen uitvoerig uiteen.
Er zullen gezamelijke vergaderingen moeten worden belegd.
Het geheel van dit betoog komt hier op neer, dat alle medewerking moet worden verleend, om zoodoende van inmenging van een Regeerings Commissaris verschoond te blijven.

Uilham zegt dat wat het reeds medegedeelde betreft, voor vele een principekwestie is, hoofdzakelijk doordat het nu met dwang gaat geschieden.
Er wordt nu op concentratie aangedrongen. Ook de Katholieke en Christelijke Volkstuinders zullen zich nu moeten aansluiten. Dit is zeer zeker een principe-kwestie.
Tevens memoreert hij dat er verschillende goede dingen tot stand zijn gebracht, b.v. de Loonbelasting en Ziekefondsbelasting.
Na aanleiding hiervan onstaat eeenige discussie tusschen de heeren Uilham en Frankema. (over voedseltuinen tegenover volkstuinen)

Er wordt besloten het voorstel van de regeering aan te nemen.
Volgens mededeelingen zullen de Joden per 1 November 1941 hun tuin moeten opzeggen.
Rondvraag. Frankema vraagt of diegene die hun tuinhuisje gebruikt als opslagplaats voor ‘de zwarte handel’ geroyeerd moeten worden. Vroegop antwoordt hierop dat er zeer zeker een aanvraag tot royement ingediend kan worden, als het bewezen kan worden, daar hij er een gevaar in ziet voor onze Volkstuinen.

Maar ook:

Vroegop geeft verslag van een onderhoud wat hij met Bieshaar op 3 Juni heeft gehad met een vertegenwoordiger der Duitsche Overheid op het Museumplein, dit naar aanleiding van een schrijven van Mevrouw S. die voor royement was voorgedragen en die dit besluit had genegeerd en meende nu haar recht bij de Ortscommandant te moeten zoeken. Overeen werd gekomen dat deze Dame moet zorgen dat haar tuin binnen 8 dagen in orde is. Zooniet dan gaat het roijement door. Het tweede geval betrof een lid van Kl. Dantzig en het 3e geval het vlaggen van een lid van Ons Lustoord met de Hakenkruisvlag. Ook in deze gevallen werd overeenstemming bereikt.

De korte versie vindt u Notulen korte versie/

Hierin wordt gesteld dat er aparte tuinen zouden komen voor joden. Daarover wordt in 1967 door Dr. L. Jansen dit gezegd in Oorsprong en ontwikkeling van het volkstuinwezen in Amsterdam, uitgegeven ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de Bond:

Meer Duitse maatregelen hadden invloed op het volkstuinwezen. Joodse tuinders moesten met ingang van 1 november 1942 hun tuin in de bestaande complexen opgeven. Het was de bedoeling voor deze mensen afzonderlijke tuingroepen te vormen, maar het is daarvan niet gekomen ten gevolge van ingrijpender anti-Joodse maatregelen van de bezetter.

Afgezien van de onjuiste datum een curieuze zienswijze. Kan er misschien in 1941 nog hier of daar iemand serieus geloofd hebben dat de nazi’s volkstuincomplexen zouden stichten voor joden, in 1967 was het toch echt wel bekend wat de nazi’s met de joden voor ogen hadden, hoe ze dat met eufemismen presenteerden, en dat die eufemismen maar al te graag werden geloofd.

Hoeveel joodse tuinders hebben hun tuin moeten opzeggen? Op de enkele bewaard gebleven ledenlijsten van voor de oorlog – uit 1924 – van verschillende tuingroepen komen niet zo veel “joodse” namen voor (424-115). Er is van kort na de oorlog een Lijst van leden, vervallenverklaard van het lidmaatschap van de Bond van Volkstuinders te Amsterdam (424-114) bewaard gebleven. Hierop naam, adres, tuingroep en jaartal van beëindiging (royement) van het lidmaatschap. Zoals in de notulen uitgebreid te lezen valt, is de reden van royement veelal wanbetaling, nalatig onderhoud of ruzie, maar niet alle gevallen worden beschreven. Op deze lijst ook enkele joodse namen, zoals die van A.I. Groenstad uit de Blasiusstraat, (ex)lid van Vredelust. A.I Groenstad uit de Blasisusstraat is met zijn familie in Auschwitz omgebracht. (www.joodsmonument.nl).

Naar zeggen van een oud-tuinder is op Klein Dantzig ten minste één tuin verplicht opgezegd rond november 1941, maar het kunnen er meer zijn geweest, Klein Dantzig telde 313 tuinen in die tijd. Er zijn twee contracten van nieuwe tuinders bewaard gebleven uit ’41 en ook nog een enkele uit ‘42. Eind 1941 is na een slepend conflict over een schuld aan de inkoopcommissie J.R. Schmieder van Klein Dantzig geroyeerd. Dit zou Johannes Richard Schmieder kunnen zijn, geboren te Richzenhain, 9-11-1880 en omgebracht of omgekomen in Oranienburg op 20-12-1942.

Het jaarverslag over 1941 van Ons Lustoord meldt dat de Heer Brave en Mej. Polak van het jeugdwerk beiden door de tijdsomstandigheden hun functie moesten neerleggen. Ook C. Nierop van de EHBO-commissie zag zich genoodzaakt te bedanken.
Het jaarboekje van 1942 van Nut en Genoegen:

De moeilijkheden des tijds spelen bij verdere ontwikkeling van onze tuingroep een groote rol. Onze bemoeiing met de Overheid leidde ertoe dat N&G onder nummer 312943 werd ingeschreven bij den Commissaris. De Registratieplicht gaf veel werk.

Het lijkt hier dat de registratie als straf gezien wordt voor “onze bemoeiing” – er zijn nogal wat problemen geweest bij deze tuingroep, maar zeker is dit niet. Ook word melding gemaakt van het bezoek van H. Duijzer, persreferent Commissaris van niet-economische verenigingen op 14 juni. Dat zal met de registratie te maken hebben gehad.
Voorzitter van Nut en Genoegen is S. Cosman. Hij legt zijn functie neer, en in het voorjaar van ’41 stapt hij ook op als penningmeester van de CIC (Centrale Inkoop Commissie), zoals blijkt uit de notulen van de 24ste algemene vergadering van de BVV, 3 mei ‘41:

… het heengaan van den Penningmeester treft zwaar. Omstandigheden des tijds zijn daar oorzaak van.

Het woord verkrijgend zegt hij dat het voor hem moeilijk is het woord te voeren. Het valt hem zwaar afscheid van de CIC te nemen. Voor zichzelf heeft hij het besluit genomen heen te gaan. Er is aangedrongen daaraan niet toe te geven. Als er echter gevaar dreigt moet hij dat zien. Dring er dus niet op aan dat ik blijf. Als het mij toegelaten is, zal ik trachten de CIC verder uit te breiden.

Niets meer aan de orde zijnde dankt Vroegop voor de goede samenwerking. Dit Congres is voor den Bond een goed Congres geweest. Er is veel en goed werk gedaan. Hoopt op aller activiteit in het komende Vereeningingsjaar. Ondanks minder goede tijden gaat het Volkstuinwezen vooruit en roept allen op hun taak te blijven vervullen tot heil van den Bond.

Op 16 juli bedankte de heer Vaz Diaz als voorzitter van Nieuwe Levenskracht (Notulen 16 juli Dag Bestuur 1941):

Van de tuingroep Nwe Levenskracht is bericht ingekomen dat de Heer Vaz-Diaz als voorzitter en Hoofdbestuurder bedankt. Als voorzitter fungeert ….

Aan het eind van het jaar moet ook mevrouw T. Verdoner-Salomons haar werk voor de bond en haar bijdrage aan het maandblad De Volkstuin beëindigen “wegens de tijdsomstandigheden” (notulen 6 januari ’42). Naar goed Amsterdams gebruik werd ze Tante Trudie genoemd, zo komt ze af en toe voor in de notulen en zo tekende ze ook vaak in het tijdschrift. Erg rouwig lijkt men niet over haar vertrek:

Miedema meldt de hooge declaratie van mw T Verdoner-Salomons. Bij elke gebeurtenis op alle terreingroepen is zij aanwezig, ook zonder uitnodiging.  en alle door haar gemaakte kosten worden den Bond in rekening gebracht. Allen vinden dit brutaal, doch desondanks wordt er betaald. De tijdsomstandigheden zijn oorzaak dat zij in haar werk bemoeilijkt wordt en zijn deze kosten voor de laatste maal geweest.

S. Cosman komt in 1942 nog voor in de notulen, na zijn aftreden wordt hij namelijk samen met de heer Gerbrands beschuldigd van malversaties (17-4-’42, notulen BVV). Als Vroegop stelt dat de problemen niet binnenskamers moeten worden gehouden, dringt Uilham aan op voorzichtigheid: daar lenen de tijden zich niet voor. De naam Vaz Diaz is niet teruggevonden in notulen of in De Volkstuin van na de oorlog. Voor G. Verdoner-Salomons zie hier

De bestuursvergadering van de BVV van 7 november wordt afgelast wegens luchtalarm.

Op de vergadering van 1 december is het voornaamste onderwerp van de notulen het probleem dat er geen vruchtboomcarbolineum meer wordt gemaakt, en wordt er langdurig gesproken  over bestrijdingsmiddelen.

Wat meldt De Volkstuin over de ontwikkelingen?

In het nummer van november 1941:

Concentratie
Concentratie is samenvoeging van wat bij elkaar hoort. Van die concentratiepogingen kregen wij deze dagen een mededeeling uit Den Haag van de Commissaris voor Vereenigen met geen Economisch Doel. Ons werd mededeling gedaan van de papierschaarste, die het noodzakelijk maken dat verscheidene periodieken opgeheven werden, of waar dit mogelijk was in één blad zou komen. Het is gebleken, dat naast onze 24-jarige “De Volkstuin” nog een aantal periodieken bestaan met hetzelfde doel en strekking. Ons blad is het oudste, heeft de grootste oplaag en zal dus aangewezen worden om ook de andere perodieken te vervangen.
Onderhandelingen met de betrokken Vereenigingen zijn bereids aangevangen. Dit wat her orgaan betreft.
Doch ook de concentratie van de Vereenigingen wordt even noodzakelijk geacht om doorgevoerd te worden.

Uit het eerste nummer van De Volkstuin van 1942:

Weer zijn wij een nieuwen tijdkring ingetreden. Beginnen wij aan allen, die met ons vereenigd zijn, onze beste wenschen voor den nieuwe tijdkring aan te bieden.

Een zwaar jaar in menig opzicht ligt achter ons en wij gaan niet onbezwaard het pas begonnen jaar in, in veelerlei opzicht. De organisatie groeit onder den druk der tijden en laten we hopen, dat de overtuiging allen, die bij ons zijn gekomen, dit besluit doet nemen om gezamenlijk sterk te zijn, gezamenlijk de moeilijkheden te dragen, die de tijd ons nu onvermijdelijk oplegt. Ons tuinieren leert on dat bij intensieve bewerking de woeste, de oude, telkens schijndood zijnde grond bloemen en vruchten oplevert, tot onderhoud van ons bestaan en tot verkwikking van onzen geest. Wij ondervinden en zullen het gaarne weer ondergaan de vredige rust die op onzen tuin bij het kweeken van bloem en plant over ons komt.

Dat dit jaar van ons te zamen en voor een ieder in het bijzonder een goed mag zijn. Dat wij ons bij voortduring in het rijkste bezit van een goede gezondheid mogen verheugen, zoowel wij zelf als de onzen. En uiteindelijk, dat het menschdom zich gezamenlijk zal mogen verheugen, omdat het vrede wenscht. Een vrede, die arbeid en brood geeft aan allen. Een jaar, dat gevolgd zal en kan worden door opbouw ook van onzen tuin. Alles ondanks de zware tijden

VEEL HEIL EN ZEGEN.

Alle volkstuinders die vanaf dit nummer regelmatig ons orgaan zullen ontvangen, heeten wij hartelijk welkom en spreken daarbij den wensch uit, dat wij gezamenlijk aan den opbouw van het instituut volkstuinen zullen mogen arbeiden. Wij roepen hun een hartelijk welkom toe in onze rijen.

De eisch, gesteld om zich als volkstuinder te organiseeren, zoowel plaatselijk als landelijk, dringt thans overal door. Daarbij komt, dat om zekerheid te hebben, dat zaad- en pootgoed ook werkelijk voor de productie en niet voor de consumptie wordt gebruikt, maakt het noodzakelijk, dat tot organiseeren wordt overgegaan.

Velen zijn van oordeel, dat zij dit reeds eerder hadden moeten doen en deze zoodoende over het doode punt heenbrengt. Wij heeten hen van harte welkom in de rijen der georganiseerde volkstuinders en hopen met hen een gezonde, veel omvattende volkstuinbeweging te kunnen opbouwen, zoowel voor dezen als voor den komende tijd.

In de rubriek Van Maand tot Maand, die mededelingen van de complexen bevat, schrijft Nut en Genoegen:

De laatste maanden hebben verschillende oud-leden hun tuin zeer tegen hun zin moeten verkoopen, vanwege werkzaamheden buiten de stad , enz. enz. en nu juist op het oogenblijk dat er zoo’n sterke behoefte is een tuin te bezitten, maar laten wij hopen dat deze oud-leden later wederom in onze gelederen zullen terug keeren.
(Niet vet in de tekst, red.)

Vrucht na Arbeid uit Gouda meldt dat in haar vergadering van 11 dec ’41 met overgrote meerderheid is besloten tot aansluiting bij het LV.

Daarmee deed onze vereeniging een stap in de goede richting. Laat ons hopen, dat de tijd dit zal leeren!

Toch was er ook protest. In een brief van 23 oktober (zonder jaartal, maar naar alle waarschijnlijkheid ’41) van het Alg. Verbond aan de Weled. Heer Commissaris voor Niet-Economische Vereenigingen wordt melding gemaakt van een een enkele vereniging die het verplichte lidmaatschap heeft opgezegd (Vrucht na Arbeid, in december dus toch weer van gedachten veranderd) en ook tuinen in Utrecht en Velzen.

De betreffende vereenigingen weigeren het orgaan De Volkstuin te ontvangen

Redenen en gevolgen worden niet vermeld.

Vervolg: het leven gaat door, de registraties ook