Terug

Dank U

Dank U voor mijn kameraden
Voor de moeden en de armen
Die zich in de vreugd der volkstuin
Nu gaan koesteren en warmen.

Dank U voor de moedeloozen
Die nu levensvreugde winnen
Straks gaan ze, aan onzen arbeid,
Treden Onzen Volkstuin binnen.

Bondsbestuur, Uw noesten arbeid
Zaagt ge dus met recht bekronen,
Moge dan de dank der tuinders
U een weinig daarvoor loonen.

Dank hen die het medeleefden
En uw streven wel begrijpen
Ja, die zullen ook met vreugde
Daarvan vruchten eens zien rijpen.

En gij die moogt binnentreden
In ons blije volkstuinleven,
Toont u dit bezit nu waardig
En versterk on goede streven

TANTE TRUDIE

Deze hulde aan het bestuur verscheen in 1933 in De Volkstuin. Maar wie was Tante Trudie?

Tante Trudie was voor de oorlog een bekende figuur in de Amsterdamse volkstuinen. Zelf tuinierde ze op Nut en Genoegen, maar ze was op alle parken te vinden. Geertruida Verdoner-Salomons is haar volledige naam, haar roepnaam Truus. Ze was niet alleen bekend op de tuinen, maar ook door haar gedichten en verslagen die in elk nummer van het De Volkstuin te vinden waren. En niet alleen daar, ze schreef in zo ongeveer alle kranten uit die tijd, tot aan het Bataafs Nieuwsblad aan toe. Tante Trudie is geboren in 1887 in de Jodenbreestraat in Amsterdam, de eerste dochter van Izak Salomons en Betsie Speelman. Het gezin verhuist al vrij snel daarna naar Overijssel, waar zus Sara en broer Samuel worden geboren. Samuel sterft na tien maanden. Dan volgt in 1898 nog Arnold. In 1901 sterft moeder Betsie, Trudie is dan veertien is. Vader hertrouwt een paar jaar later met Kaatje de Koning. Trudie is 29 als ze trouwt met Joseph Verdoner - en drie maanden later bevalt ze van een zoon, Benedict, zes jaar later van Bertus.

Joseph was de zesde van acht kinderen. Zijn vader was sigarenmaker - in het algemeen geen beroep waar je rijk van werd, in tegendeel. Het grote joodse gezin zal eerder straatarm zijn geweest. Sigarenmakers behoorden bij de eerste groep arbeiders die zich organiseerden in vakbonden die probeerden het leven van de arbeiders dragelijker te maken door scholing en te strijden voor betere lonen en werkomstandigheden. Dit heeft er wellicht toe bijgedragen dat Joseph de mogelijkheid kreeg om een beroep te kiezen dat meer toekomst bood: hij werd masseur. De vader van Tante Trudie was handelsreiziger/handelaar in kaas, het kan ook zijn dat sappelaar in kaas een betere benaming is.

De gedachte dat het mogelijk was om vooruit te komen, leefde niet alleen bij sigarenmakers, er kwam rond het begin van de twintigste eeuw een krachtige arbeidersbeweging op, die door middel van scholing en culturele activiteiten veel kinderen uit arme milieus kansen heeft geboden. Dit zal ook voor Tante Trudie gegolden hebben. Zij wordt journaliste en maatschappelijk werkster. Ze werkte met kinderen uit wat we nu achterstandsgezinnen noemen in speeltuinwerk, waarschijnlijk voor de Vereniging Ons Huis in Amsterdam. Ook Ons Huis hoorde bij deze beweging, het was een sociaal-culturele vereniging die werd opgericht in 1891 door onder anderen Hélène Mercier, een voorvechtster van emancipatie van vrouwen en minder bedeelden. De vereniging stelde zich ten doel volkshuizen in buurten te exploiteren, waar mannen, vrouwen en kinderen uit de arbeidersklasse hun maatschappelijke kansen konden vergroten, los van politieke of religieuze stromingen en bovenal: op een niet neerbuigende manier. Kamperen hoorde blijkbaar ook bij de activiteiten, we zien Tante Trudie op de foto temidden van haar speeltuinkinderen, misschien op De Fransche Kamp in Bussum, een kampeerterrein van de gemeente Amsterdam voor zogenaamde minvermogenden

In alle nummers van De Volkstuin uit de jaren dertig, en misschien ook al daarvoor, staan drie, vier of meer gedichten van Tante Trudie. Het moeten er honderden zijn geweest. Ze schrijft verslagen van feesten en andere evenementen op zo ongeveer alle Amsterdamse tuinparken, evenementen die ze vaak ook meehelpt organiseren, of die ze opluistert met pianospel of toneelstukjes. Jammer genoeg is daar nog niets van teruggevonden, maar we kunnen wel aannemen dat ze net als de gedichten opgewekt van toon, aansporend of belerend, soms kritisch, en vaak dankbaar waren. En ze blijkt zelfs een officieel Bondsjeugdlied te hebben geschreven, dat onder andere op de Volkstuin-propagandadag van de Bond dat in augustus 1933 op Nut en Genoegen door de jeugd ten gehore is gebracht. De tekst van de uitnodiging voor deze dag in Het Volk lijkt zo op andere stukken van Tante Trudie dat ze dit ook wel zal hebben geschreven. Nog heel actueel!

    "Vooral voor de jeugd is de Volkstuin een leerschool bij uitnemendheid. Daar wordt de stadsjeugd de liefde tot bloem en plant geleerd in de practijk. Daar zijn de jongens en meisjes niet overgeleverd aan verkeersgevaren, doch beoefenen organlsatieverband alle mogelijke spelen die gezamenlijk onder: deskundige leiding worden uitgevoerd. Over het algemeen verkeert het stadskind te veel tusschen de huizenzee en zijn zij gespeend van alle natuurgenot. In de Volkstuinen heerscht rust, ook voor de Jeugd. Hun gezamenlijk onderhouden jeugdtuin is hun trots."

Tante Trudie was een actieve, bevlogen, idealistische vrouw die zich inzette voor de jeugd en voor een betere wereld. In een tijd dat de vrouw op de volkstuin voor koffie en eten zorgde, misschien lid was van het Damescomité of een bloemschikclubje, stak zij haar mening niet onder stoelen of banken. Ze bezocht bestuursvergaderingen en was bij alle evenementen aanwezig. Ze zal voor de mannen van de Bond ronduit bedreigend zijn geweest. Ook mengt Tante Trudie zich in actuele discussies in de pers. Als er begin jaren dertig een Vacantievraagstuk speelt naar aanleiding van een voorgenomen wetswijziging, stapt ze naar De Telegraaf, die haar een interview gunt. Ze begint met de vraag waarom er toch alleen mannen werden gehoord in deze kwestie. Het waren toch juist de vrouwen die de kinderen de hele dag over de vloer kregen, terwijl ze geen idee hadden hoe ze die bezig konden houden in hun kleine, gehorige woningen die daar totaal niet op berekend waren? En waarom kon zij als speeltuinwerkster dan tenmiste niet met haar kinderen de gymnastieklokalen gebruiken als het regende? En zouden de leraren niet eens met hun leerlingen kunnen praten over de besteding van al die vakantie? (5 juni 1931) Ook binnen joodse organisaties was ze actief. En dan hield ze ook nog radiopraatjes over opvoeding. Tante Trudie lijkt al met al een behoorlijk bekende persoonlijkheid te zijn geweest.

En dan, mei 1940, vallen de nazi's Nederland binnen en het land wordt bezet. Wat betekent dat voor haar, als joodse vrouw? De oorlogsdagen en de daarop volgende bezetting van het land heeft ook in volkstuinland ingrijpende gevolgen. De manier waarop de bezetter omgaat met de Bond van Volkstuinders/het Algemeen Verbond van Volkstuinverenigingen Nederland en via deze bonden met de tuinders zelf, is een getrouwe afspiegeling van de manier waarop dat op talloze andere terreinen geschiedt. Er wordt handig gebruik gemaakt van de naïviteit en de ijver van de bestuursleden, die zich gevleid voelen door de aandacht die ze eindelijk krijgen voor hun werk. De opstelling van de BVV lijkt neutraal, meewerken in de hoop daarmee erger te voorkomen. De BVV en de AVVN hebben een belangrijke taak in de voedselvoorziening. De door de bezetter afgedwongen groei van de Bonden wordt op toch wel pijnlijke wijze toegejuicht, maar vele andere maatregelen zeker niet. Vlaggen met de hakenkruisvlag bijvoorbeeld wordt niet getolereerd en de verplichting om een oproep voor de Arbeitseinsatz in Duitsland te plaatsen, werd zo lang mogelijk uitgesteld.

De toon van de gedichten verandert, is nog altijd opgewekt, maar de zorgen klinken door. Nog wordt er genoten in de tuin, maar wat gaat de toekomst brengen?

  • In april 1941 moet Tante Trudie net als iedereen een persooonsbewijs aanvragen. Het wordt haar op 29 augustus verstrekt, voorzien van de letter J om aan te geven dat ze van joodse afkomst is.

  • Vanaf mei worden bepaalde straten van Amsterdam aangemerkt als joodse straten. En vanaf 30 juni mag Tante Trudie niet meer reizen met de tram of ander openbaar vervoer.

  • Op 15 september verschijnen er plakkaten met het opschrift Verboden voor joden. Tante Trudie mag onder andere niet meer naar het park, het café, de bioscoop, de openbare leeszaal.
En naar de tuin? Dat mag dan nog wel, nog even. De bezetter neemt beetje bij beetje de regie over de volkstuinorganisatie over. Alle tuinverenigingen moeten zich aansluiten bij het Algemeen Verbond (Staatscourant 21 okt), de registratie is al begonnen in juli 1941. De BVV blijft als Amsterdamse bond bestaan. Er mag nog maar één maandblad verschijnen. Alle tuinders moeten zich individueel laten registreren. Deze verplichting geldt niet voor joden: zij mogen namelijk helemaal geen lid meer zijn van de Bond, ze mogen dus ook geen volkstuin meer hebben. Beide bonden krijgen er onder deze dwang vele leden bij, velen van hen zullen na de oorlog hun tuin weer opzeggen.
In de notulen van het Dagelijks Bestuur van 6 januari 1942 wordt afscheid van haar genomen. Ze heeft zich dan ten minste 10 jaar, maar waarschijnlijk veel langer, met hart en ziel ingezet voor de Bond. We zien de irritatie over haar assertieve optreden. De dankbaarheid was bepaald niet wederzijds:

"Miedema meldt de hooge declaratie van mw T Verdoner-Salomons. Bij elke gebeurtenis op alle terreingroepen is zij aanwezig, ook zonder uitnodiging en alle door haar gemaakte kosten worden den Bond in rekening gebracht. Allen vinden dit brutaal, doch desondanks wordt er betaald. De tijdsomstandigheden zijn oorzaak dat zij in haar werk bemoeilijkt wordt en zijn deze kosten voor de laatste maal geweest."

En hoe gaat het verder met Tante Trudie en haar gezin? In 1942 trekt er een echtpaar afkomstig uit Oostenrijk in hun woning aan de Eerste Helmersstraat. Was het onderhuur, of waren de Verdoners ondergedoken? De oudste zoon, Benedict, werkte sinds 1935 als verpleger in de joodse psychiatrische inrichting Het Apeldoornse Bosch. In 1941 komt hij terug naar Amsterdam en wordt ingeschreven op de Nieuwe Keizersgracht, in het NIZ, het Nederlandsch Israëlitisch Ziekenhuis. De jongste zoon, Bertus, is blind. Hij woont sinds 1931 in blindeninstituten. Hij doet Bar Mitzwa in 1935, verder is er niets over hem te vinden, behalve de dag en de plaats van zijn dood: 21 mei 1943, Sobibor. Tante Trudie en haar man Joseph worden op 10 september 1943 overgeschreven naar het adres van de Joodsche Invalide in de Weesperstraat. Misschien had Joseph daar als masseur werk gevonden, waarschijnlijker is het dat ze veiligheid zochten. De joodse ziekenhuizen golden immers lang als veilig. Nadat het grootste deel van het personeel en de patiënten van het NIZ op 13 augustus was gedeporteerd, zijn de resterende mensen overgegaan naar de Joodsche Invalide. Daar zal de oudste zoon daar ook bij zijn geweest. Maar niet voor lang. Op 17 september is er een razzia in de Joodsche Invalide, en op 29 september nog een. Zoon Benedict is op 6 oktober gedeporteerd, de ouders gelijk met hem of al in september. Tante Trudie en Joseph zijn op 19 november overleden in Auschwitz, Benedict op onbekende plaats op 31 maart 1944. Ook Sara, de zus van Tante Trudie, haar man en hun twee zonen zijn vermoord. Broer Arnold was al ver voor de oorlog overleden.

En na de oorlog? Ook toen werd in de volkstuinwereld net zo gereageerd als in de rest van Nederland. De blik was gericht op de toekomst, voor het verleden was nog geen plaats. De joodse tuinders waren intussen al ruim drie jaar van de tuin en de bestuurders kijken trots en tevreden terug. Vergeten is de niet geringe bemoeienis van de bezettende overheid met de organisatie van de volkstuinen en het uitsluiten van een bevolkingsgroep.

    "Waarde Vrienden,
     Na 5 jaar van onderdrukking heeft eindelijk het groot-duitse monster, na voor ons tal van spannende dagen, den kop gebogen en is ons Vaderland weer vrij. Een gevoel van dankbaarheid welt in ons op, dat wij dit feit mede mogen beleven en met diepen weemoed herdenken wij hen, die voor deze vrijheid vielen en hen, die daarvoor in concentratiekampen zuchtten. Hoewel eensgezind vermagerd, zijn wij met onze gezinnen dezen tijd goed doorgekomen en wij hopen dat dit laatste bij U eveneens het geval is. Voorwaarts in Vrij Nederland!

    Namens het bestuur (van de CICAV) B Pekela, secr."

Van de 2e Secretaris, P.G. Moen in het jaarverslag van de BVV.

    "De Bond is zichzelve gebleven en de gehate bezetter heeft er geen vat op gehad. Wel sloeg hij zijn schendende hand aan de huisjes van 6 onzer tuingroepen, maar van de organisatie zelve bleef hij af. Daarmede was ons groote doel bereikt en geeft ons dat een heerlijke voldoening."

Of de heer L.W. den Tol, penningmeester van Klein Dantzig:

    "Ondanks zeer grote moeilijkheden, kunnen wij zeggen, onze BVV is blijven bestaan en wel op stevige pooten. Met inspanning van al onze krachten is men erin geslaagd hem zo goed als ongeschonden door den benarden tijd heen te halen. Ofschoon heel wat geeischt werd van den Bond door den bezetter, maar het Hoofdbestuur gesteund door de tuingroepbesturen boden het hoofd en werden de eischen zooveel mogelijk op den langen baan geschoven. Velen onzer leden, die ver van huis waren te werk gesteld door den vijand, keerden naar huis terug, maar ook niet allen keerden weer en stierven in de concentratiekampen of door middel van den marteldood. Laten wij hen in stilte gedenken en troostrijke woorden richten aan de getroffen gezinnen dier tuinders. Zij rusten in vrede."

Tot slot een der laatste gedichten van Tante Trudie van augustus 1941

Lichtpunten

De donkere dagen naderen snel.
Ze zullen er spoedig weer zijn.
Dan hunkeren we weer naar bloemengeur,
Naar licht en zonneschijn.

Dan vragen we angstig hoe lang dan nog
Houdt kou en duisternis aan,
Wij worden zoo moe, zoo eind'loos moe,
Door de zwaarte van heel het bestaan.

We zien enke nacht, de aarde wordt kil,
De wereld verliest haar glans.
Verdwenen is er de kleurenpracht.
De bloemen stralenkrans.

Wij moeten toch verder den langen weg,
Waarop het geluid verstart.
En wij gaan hem dan met geheven hoofd.
En vaak wanhoop in het hart.

Maar diep in ons zelf toch weten wij,
Dat dit alles niet eindeloos is.
Al weten we in den wintertijd
Ons groot en droevig gemis.

Ons zaad ligt ook in de donkere voor,
En toch hoe lang het ontspruit.
Dan komt er de Lente met al zijn pracht.
En de barre winter heeft uit.

Laat ons maar met moed in 't donker gaan
Want heel in de verte wenkt het licht
Gaat allen uw weg, niet met wanhoop in 't hart
En uw hoofden opgericht

Tante Trudie