Terug De bezetting

De bonden onder de Duitse bezetting

Rotterdam is in de oorlogsdagen van mei 1940 zwaar getroffen door het grote bombardement. Daaronder hebben ook veel volkstuinen te lijden gehad, zowel van de beschietingen als van het zoeken naar parachutisten. De Bond van Volkstuinders (BVV) betoont zich solidair door het heffen van een bijdrage van 50 cent per jaar per tuinder voor de getroffen tuinders (het solidariteitsfonds). Een enkeling is het daar niet mee eens. Zo zal er in de vergaderingen van de BVV van juli en vooral augustus van dat eerste oorlogsjaar uitvoerig worden gesproken over het al of niet royeren van enkele tuinders van Klein Dantzig die weigeren de bijdrage van fl 0,50 per jaar te betalen. Verder wordt er, oorlogstijd of niet, in de vergaderingen veel tijd besteed aan ruzies; ruzies tussen bestuursleden, problemen met tuinders die niet betalen, zich niet aan de regels houden, die brutaal zijn tegen hun buren of die hun bestuur beledigen.

Meteen na het uitbreken van de oorlog gaan er stemmen op om net als in '14-'18 weer grond uit te geven als oorlogstuinen. In de loop van de oorlog worden steeds meer tuinen uitgegeven, sommige echter van zeer slechte kwaliteit. Het Landelijk Verbond (AVVN, Algemeen Verbond van Volkstuinverenigingen Nederland) werd belast met de organisatie en verdeling van de tuinen.

Beetje bij beetje neemt de bezetter de regie over, ook op het gebied van de volkstuinorganisatie. Alle tuinverenigingen moesten zich aansluiten bij het Algemeen Verbond, met één maandblad, dat uiteraard geen kritiek mocht uiten, en ook alle tuinders moesten zich individueel laten registreren. Tegelijkertijd, per november 1941, werd het joden verboden lid te zijn en dus om een volkstuin te hebben.

In november worden er nieuwe tuinen ingericht voor de voedselproductie, de zogenaamde oorlogstuinen. Deze moeten voor de helft worden volgezet met aardappels, de andere helft met groente. De verdeling van de tuinen wordt in handen gegeven van het AVVN, dat rapporteert aan de nieuw opgerichte Landbouw Crisisorganisatie (LCO).

Met de verslechtering van de voedselsituatie wordt diefstal van de opbrengst een steeds groter probleem. In de laatste oorlogsjaren wordt er dan ook steeds meer bewaking ingezet op de complexen en wordt dit het belangrijkste punt op de agenda van de vergaderingen. Wie verstek liet gaan bij het wachtlopen, kreeg een boete.

Uit de notulen van de jaarvergadering van Klein Dantzig, gehouden op 23 juli 1945:

Hij (de voorzitter, de heer Postma)spreekt er oprecht zijn vreugde over uit dat wij nu weer kunnen vergaderen zonder beperkende bepalingen verlost van onderdrukking en dwang. Er mag weer vrijuit worden gesproken en men hoeft niet alles op een goudschaaltje te wegen alvorens men het uitspreekt. Ook al waren wij maar een amateurs tuindersvereeninging, toch werd er terdege op gelet wat of er gesproken of gedaan werd. Maar hiervan nu gelukkig verlost te zijn is een felicitatie waard en hij brengt deze dan ook over aan de leden, ofschoon er ook onder de leden van Klein Dantzig zijn die door de bezetting en deportatie veel leed hebben moeten en nog doormaken. Met de komst van de bevrijders die ook de noodige voedingsmiddelen mede brachten is het spook van de honger reeds zoo goed als verdwenen al zijn er verschillende die nog de sporen dragen van de afschuwelijke winter die wij hier in het Westen hebben moeten doormaken. Maar wij beginnen ons alweer een beetje meer mensch te voelen en kunnen nu reeds, en zeker in de toekomst, weer meer gaan denken aan onze liefhebberijen. Voor ons, volkstuinders gaat dan natuurlijk de eerste gedachte uit naar de tuin, om die weer voor onze liefhebberij te bezoeken en niet zooals het de afgeloopen jaren was een stuk grond waar wij moesten zien af te halen wat kon voor vrouw en kinderen. Het kweeken van groenten, aardappelen en tabak kan dan weer voor een groot gedeelte plaats maken voor het kweeken van bloemen enz. Ook moeder de vrouw krijgt, laten wij hopen dan weer meer gelegenheid om van de tuin te genieten, want dat was nu, buiten hetgeen haar door man of zoon werd thuisgebracht niet mogelijk. Het kookkacheltje of kookbus was de groote handenbinder. Menige vereeniging heeft in de afgeloopen jaren een geweldige knauw gekregen en we mogen ons gelukkig prijzen dat wij er nog zoo betrekkelijk goed zijn afgekomen. Het jeugdwerk moest door de tijdsomstandigheden worden stopgezet, doch wij zijn er van overtuigd dat dit zoo gauw als dit weer mogelijk is door de betreffende personen weer ter hand zal worden genomen.
Ook het Revuegezelschap heeft haar repetities en uitvoeringen moeten staken. Mogelijk dat hiervan in de toekomst ook weer iets naders zal worden gehoord. De bouwcommissie is haar werk blijven doen al moest in vele gevallen bij afbraak of verbouwing dispensatie worden verleend door gebrek aan het noodige materiaal. Door de Inkoopcommissie is veel werk verzet om toch nog zoo veel mogelijk voor de leden te kunnen bereiken. De beplantingscommissie heeft doorgewerkt en waar zoo noodig, de tuinders er op gewezen wat er moest verdwijnen, om op ons complex de loodglansziekte te bestrijden. De tuinman, Beusichem, heeft ons complex weer prima in orde gehouden en zooals reeds vele malen eerder op de vergaderingen is gezegd, kunnen wij niet anders dan hem hiervoor onze beste dank betuigen. Ook in het afgeloopen jaar zijn ons weer eenige leden door den dood ontvallen en voorzitter verzoekt de leden door zich een oogenblik van de zetels te verheffen deze te gedenken.

waarna wordt over gegaan tot de zorgen van de dag, de mogelijke verhuizing of sluiting van het complex:

Betreffende de meeningen die er zijn over het verdwijnen van ons complex deelt de voorzitter mede dat nog niets definitiefs kan worden medegedeeld, doch dat het nog wel niet zoo'n vaart zal loopen en er op Klein Dantzig nog wel eenige jaren rustig getuind zal kunnen worden.

Wat is er gebeurd tussen 10 mei 1940 en 5 mei 1945 op de volkstuin?
De bezetter geholpen door Nederlandse sympathisanten neemt de regie over, en laat de Bonden het karwei opknappen.

Een greep uit de archieven.

Op 9 en 10 mei ‘40 zou het jaarlijks Congres van de Bond gehouden worden, maar op de 2e dag waren er nog maar 13 mensen, die niet over tuinen spraken (De Volkstuin, sept. 1945)

In de loop van 1941 worden er verschillende maatregelen genomen die betrekking hebben op volkstuinen. Er wordt begonnen met registratie van volkstuinen (juli); in november wordt het aantal tuinen uitgebreid in verband met de voedselproductie ("oorlogstuinen") met de verplichting om 50% aardappels te telen en de rest groente en de verdeling hiervan wordt in handen gegeven van het AVVN dat rapporteert aan de nieuw opgerichte Landbouw Crisisorganisatie (LCO). Alle bestaande tuinen moeten zich bij het Algemeen Verbond aansluiten (Staatscourant 21 okt). Nieuwe tuingroepen krijgen veelbetekende namen als De Tijd Zal Het Leeren of De Goede Verwachting. Politiek bedrijven is niet toegestaan, zo wordt vlaggen met de hakenkruisvlag niet getolereerd en zwarte handel evenmin.

En onder deze dwang groeit het Algemeen Verbond van 5.800 leden in 1940 tot 41.000 aan het einde van de oorlog. (Cijfers N. Wildschut Het AVVN: 1928-2012) p. 62)

De Overheid is hier het door de bezetter gecontroleerde bestuur; het Landelijk Verbond is het Algemeen Verbond. Op 10 oktober 1941 vergadert het Dagelijks bestuur van de AVVN. Voorzitter is de heer Vroegop. De hieronder genoemde heren van der Plassche en Lantinga waren in dienst van door de bezetter aangewezen instanties. Het naïve enthousiasme van het Dagelijks bestuur is pijnlijk om te lezen.

Met zichtbare voldoening doet Vroegop verslag van het onderhoud hetwelk hedenmorgen op het departement van Landbouw & Visscherij te Den Haag met Ir v.d. Plassche en de Heer S.S. Lantinga heeft plaatsgehad. De 10e Oct. Is voor het Volkstuinwezen in het algemeen een bijzondere – haast historische dag omdat nadat het Alg. Verbond 12 jaar bestaat dit voor het eerst door de Overheid erkend is.

Voorlopig dient afgewacht te worden in hoeverre de bemoeiingen der Regeering van invloed zijn op ons werk, doch dat in de toekomst resultaat verwacht kan worden is haast wel zeker.

Intussen gaat ook op de tuinen de bezetting niet onopgemerkt voorbij:

De Duitse politie heeft aan alle tuingroepen een bezoek gebracht en in tal van huisjes een onderzoek ingesteld. Enkele Besturen van tuingroepen meenden dat daartegen geprotesteerd moest worden omreden hier en daar nogal vernield was. Vroegop voelt daar niet veel voor omreden nogal koper is gevonden, dus onze mensen in overtreding waren, zoo ook met Radiotoestellen welke zijn meegenomen, omdat geen radio-vergunning aanwezig was. Conclussie Dag bestuur is: niets aan doen.

Hiervan is ook uitgebreid verslag gedaan in het illegale Parool van 10 oktober 1941

Geen tuin meer voor joden

In deze tijd beginnen ook de anti-joodse maatregelen. Sinds 16 juli is het joden verboden parken te betreden. In november wordt het hen verboden deel te nemen aan verenigingen van personen en stichtingen zonder economisch doel (verordening 199 van 22 oktober 1941). Lid zijn, lid worden, direct of indirect voordeel trekken uit, werkzaam zijn voor, het is allemaal verboden voor joden - tenzij deze verenigingen uitsluitend bedoeld zijn voor joden - en dan gelden nog allerlei uitzonderingen. Dit is typerend voor de werkwijze van de bezetter: gelijk met de verplichte registratie van alle tuinders wordt het joden verboden om lid te zijn van de Bond. En daarbij wordt dan een Nederlandse organisatie belast met de uitvoering. Werkt de organisatie niet mee, dan wordt er gedreigd met zwaardere maatregelen. Deze maatregel is in alle dagbladen verschenen, maar in het algemeen is berichtgeving over de anti-joodse maatregelen verboden.

Eind 1941, de regie wordt strakker, de Bonden krijgen meer taken, de besturen voelen zich eindelijk erkend: "Een haast historische dag voor het volkstuinwezen"

Hoofdbestuursvergadering van BVV op Zondag 2 november 1941 aanvangende te 2 uur in Gebouw Krommeniestraat 21 te Amsterdam
(van deze notulen is een langere versie op een los blad (424-13) en een kortere versie (424-7) die is opgenomen in het notulenboek.
Eerst gedeelten uit de lange versie :

....
Mededelingen van het Rijksbureau voor Volkstuinen.
De heer Uilham (2e voorzitter) licht dit nader toe.
Als ambtenaar voor deze zitting was toegewezen den welbekende heer Lantinga. Lantinga vertelde dat hij nog steeds dezelfde is gebleven (dwz voordat hij voor de bezetter werkte). De bedoeling van deze bijeenkomst was om de Volkstuinders in het algemeen meer bij elkaar te brengen. Na deze bespreking had een onderhoud plaats met den heer Duijser (persreferaat van de Commissaris van niet-economische verenigingen). Deze heer deelde mede, dat in 't orgaan De Volkstuin - dat hij een jaar lang gelezen had - niets was voorgekomen dat met politiek te maken had, dit deed hem aangenaam aan.
Het volgende werd voorts naar voren gebracht:
Punt 1. Alle verschijnende organen over Volkstuinen moeten verdwijnen, op één na, te weten het bestaande van het Algemeen Verbond
,, 2. Alle Volkstuinders moeten zich aansluiten bij t Landelijk Verbond
,, 3. Voor het aansluiten aan het Landelijk Verbond is den tijd onbepaald.
,, 4. Wat het orgaan voor alle volkstuinders betreft, zou dit reeds per 1 December a.s. in werking gaan.

Tevens werd de contributie van het LV zéér laag bevonden.
Vroegop zegt dat als het LV hiermede niet accoord kan gaan er een Commissaris zal worden toegewezen.
Er moet dus één organisatie komen voor het geheele land. Hij zet deze plannen uitvoerig uiteen.
Er zullen gezamelijke vergaderingen moeten worden belegd.
Het geheel van dit betoog komt hier op neer, dat alle medewerking moet worden verleend, om zoodoende van inmenging van een Regeerings Commissaris verschoond te blijven.
...

Uilham zegt dat wat het reeds medegedeelde betreft, voor vele een principekwestie is, hoofdzakelijk doordat het nu met dwang gaat geschieden.
Er wordt nu op concentratie aangedrongen. Ook de Katholieke en Christelijke Volkstuinders zullen zich nu moeten aansluiten. Dit is zeer zeker een principe-kwestie.
Tevens memoreert hij dat er verschillende goede dingen tot stand zijn gebracht, b.v. de Loonbelasting en Ziekefondsbelasting.
Na aanleiding hiervan onstaat eeenige discussie tusschen de heeren Uilham en Frankema. (over voedseltuinen tegenover volkstuinen)
...
Er wordt besloten het voorstel van de regeering aan te nemen.
Volgens mededeelingen zullen de Joden per 1 November 1941 hun tuin moeten opzeggen.
Rondvraag. Frankema vraagt of diegene die hun tuinhuisje gebruikt als opslagplaats voor 'de zwarte handel' geroyeerd moeten worden. Vroegop antwoordt hierop dat er zeer zeker een aanvraag tot royement ingediend kan worden, als het bewezen kan worden, daar hij er een gevaar in ziet voor onze Volkstuinen.
...

Maar ook:

Vroegop geeft verslag van een onderhoud wat hij met Bieshaar op 3 Juni heeft gehad met een vertegenwoordiger der Duitsche Overheid op het Museumplein, dit naar aanleiding van een schrijven van Mevrouw S. die voor royement was voorgedragen en die dit besluit had genegeerd en meende nu haar recht bij de Ortscommandant te moeten zoeken. Overeen werd gekomen dat deze Dame moet zorgen dat haar tuin binnen 8 dagen in orde is. Zooniet dan gaat het roijement door. Het tweede geval betrof een lid van Kl. Dantzig en het 3e geval het vlaggen van een lid van Ons Lustoord met de Hakenkruisvlag. Ook in deze gevallen werd overeenstemming bereikt.

En de korte versie, integraal (niet alles is leesbaar) (en zie ook de kopie hiervan):

Hoofdbestuursvergadering van BVV op zondag 2 november 1941 aanvangende te 2 uur in Gebouw Krommeniestraat 21 te Amsterdam:


Agenda:
1. Opening
2. Notulen
3. Mededeelingen
4. Wintercursussen
5. Uitbreiding compl
6. Rondvraag
7. Sluiting
6 leden HB afwezig. Boeijing (secretaris Algemeen Verbond) aanwezig.
Nieuwe vertegenwoordiger Amsterdam-Noord voor den Heer Weisz.
Zwart van Kweeklust weg.
De Bruijn voorzitter van Kweeklust.

Nieuw HB voor Kweeklust? de Bruijn uitnoodigen. Ingekomen brieven afgehandeld. Zaak Couwenberg, als het noodig is, nog op HB-vergadering behandelen.
Mededeelingen. Uilham Vertelt de Rijksaangelegenheid. Ambtenaar van Volkstuinen SS: Land. Verbond Landbouworganisaties. Duijser Persreferent.
Alle organen in Nederland onders...(?) den Haag. Ons Orgaan het beste en blijft als eenig Maandblad bestaan. Ons Maandblad heeft een neutraal standpunt. Alle organen op volkstuingebied opgenomen in ons orgaan.
Alle vereenigingen aansluiten bij het Land. Verbond. Niet georganiseerden moeten vereenigingen worden en aansluiten bij het Land. Verbond. Ons orgaan het eenigste Volkstuinblad met ingang van 1 December 1941.
Aansluiting Land. Verbond geen tijd bepaald. Soepelheid toepassen. Contributie zeer laag.
Eén landelijke organisatie voor het geheele land. Gewestelijke vergaderingen.
1. Georganiseerd zijn, zeer sterk geteekend(?)
2. de dwang

Discussie Tol (Klein Dantzig) bang één huisgezin twee tuinen. Vr(oegop) als maar niet ieder boven de 200 m2 komen.
X (kruis in de marge). Hoofdbestuur gaat met de gang van zake accoord.
Dus geen Rijkscommissaris naast ons.
1 november geen joden meer lid van den Bond. Wij zijn een niet economische vereeniging. Afd. jodencomplexen van plan te stichten door middel van Joodsche Raad (Asscher, Hartog) Joden moeten in 3 generaties (grootouders) jood zijn. Aparte jodencomplexen. Men vreest geen pachter(?) mogen zijn: Tot 1 jan '41 (bedoeld wordt '42) mogen de joden op de complexen blijven om de gelegenheid te hebben de groenten van de tuin te halen.
Alle Afdeelingen die niet aangesloten zijn, opgeven aan Boeijing
Amsterdam, 10 November ‘41
(getekend) G. Gerritsen
Secretaris

Dr. L.Jansen verwoordde het in 1967 aldus:

Meer Duitse maatregelen hadden invloed op het volkstuinwezen. Joodse tuinders moesten met ingang van 1 november 1942 hun tuin in de bestaande complexen opgeven. Het was de bedoeling voor deze mensen afzonderlijke tuingroepen te vormen, maar het is daarvan niet gekomen ten gevolge van ingrijpender anti-Joodse maatregelen van de bezetter.

(in Oorsprong en ontwikkeling van het volkstuinwezen in Amsterdam, uitgegeven ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de Bond.) Afgezien van de onjuiste datum een curieuze zienswijze. Kan er misschien in 1941 nog hier of daar iemand serieus geloofd hebben dat de nazi's volkstuincomplexen zouden stichten voor joden, in 1967 was het toch echt wel bekend wat de nazi's met de joden voor ogen hadden, hoe ze dat met eufemismen presenteerden, en dat die eufemismen maar al te graag werden geloofd.

Hoeveel joodse tuinders hebben hun tuin moeten opzeggen? Op de enkele bewaard gebleven ledenlijsten van voor de oorlog - uit 1924 - van verschillende tuingroepen komen niet zo veel "joodse" namen voor (424-115). Er is van kort na de oorlog een Lijst van leden, vervallenverklaard van het lidmaatschap van de Bond van Volkstuinders te Amsterdam (424-114) bewaard gebleven. Hierop naam, adres, tuingroep en jaartal van beëindiging (royement) van het lidmaatschap. Zoals in de notulen uitgebreid te lezen valt, is de reden van royement veelal wanbetaling, nalatig onderhoud of ruzie, maar niet alle gevallen worden beschreven. Op deze lijst ook enkele joodse namen, zoals die van A.I. Groenstad uit de Blasiusstraat, (ex)lid van Vredelust. A.I Groenstad uit de Blasisusstraat is met zijn familie in Auschwitz omgebracht. (www.joodsmonument.nl).

Naar zeggen van een oud-tuinder is op Klein Dantzig ten minste één tuin verplicht opgezegd rond november 1941, maar het kunnen er meer zijn geweest, Klein Dantzig telde 313 tuinen in die tijd. Er zijn twee contracten van nieuwe tuinders bewaard gebleven uit ’41 en ook nog een enkele uit ‘42. Eind 1941 is na een slepend conflict over een schuld aan de inkoopcommissie J.R. Schmieder van Klein Dantzig geroyeerd. Dit zou Johannes Richard Schmieder kunnen zijn, geboren te Richzenhain, 9-11-1880 en omgebracht of omgekomen in Oranienburg op 20-12-1942.

Het jaarverslag over 1941 van Ons Lustoord meldt dat de Heer Brave en Mej. Polak van het jeugdwerk beiden door de tijdsomstandigheden hun functie moesten neerleggen. Ook C. Nierop van de EHBO-commissie zag zich genoodzaakt te bedanken.
Het jaarboekje van 1942 van Nut en Genoegen:

De moeilijkheden des tijds spelen bij verdere ontwikkeling van onze tuingroep een groote rol. Onze bemoeiing met de Overheid leidde ertoe dat N&G onder nummer 312943 werd ingeschreven bij den Commissaris. De Registratieplicht gaf veel werk.

Het lijkt hier dat de registratie als straf gezien wordt voor "onze bemoeiing" - er zijn nogal wat problemen geweest bij deze tuingroep, maar zeker is dit niet. Ook word melding gemaakt van het bezoek van H. Duijzer, persreferent Commissaris van niet-economische verenigingen op 14 juni. Dat zal met de registratie te maken hebben gehad.
Voorzitter van Nut en Genoegen is S. Cosman. Hij legt zijn functie neer, en in het voorjaar van '41 stapt hij ook op als penningmeester van de CIC (Centrale Inkoop Commissie), zoals blijkt uit de notulen van de 24ste algemene vergadering van de BVV, 3 mei ‘41:

... het heengaan van den Penningmeester treft zwaar. Omstandigheden des tijds zijn daar oorzaak van.
Het woord verkrijgend zegt hij dat het voor hem moeilijk is het woord te voeren. Het valt hem zwaar afscheid van de CIC te nemen. Voor zichzelf heeft hij het besluit genomen heen te gaan. Er is aangedrongen daaraan niet toe te geven. Als er echter gevaar dreigt moet hij dat zien. Dring er dus niet op aan dat ik blijf. Als het mij toegelaten is, zal ik trachten de CIC verder uit te breiden.
...
Niets meer aan de orde zijnde dankt Vroegop voor de goede samenwerking. Dit Congres is voor den Bond een goed Congres geweest. Er is veel en goed werk gedaan. Hoopt op aller activiteit in het komende Vereeningingsjaar. Ondanks minder goede tijden gaat het Volkstuinwezen vooruit en roept allen op hun taak te blijven vervullen tot heil van den Bond.

Op 16 juli bedankte de heer Vaz Diaz als voorzitter van Nieuwe Levenskracht (Notulen 16 juli Dag Bestuur 1941):

Van de tuingroep Nwe Levenskracht is bericht ingekomen dat de Heer Vaz-Diaz als voorzitter en Hoofdbestuurder bedankt. Als voorzitter fungeert ....


Aan het eind van het jaar moet ook mevrouw T. Verdoner-Salomons haar werk voor de bond en haar bijdrage aan het maandblad De Volkstuin beëindigen “wegens de tijdsomstandigheden” (notulen 6 januari '42). Naar goed Amsterdams gebruik werd ze Tante Trudie genoemd, zo komt ze af en toe voor in de notulen en zo tekende ze ook vaak in het tijdschrift. Erg rouwig lijkt men niet over haar vertrek:

Miedema meldt de hooge declaratie van mw T Verdoner-Salomons. Bij elke gebeurtenis op alle terreingroepen is zij aanwezig, ook zonder uitnodiging.  en alle door haar gemaakte kosten worden den Bond in rekening gebracht. Allen vinden dit brutaal, doch desondanks wordt er betaald. De tijdsomstandigheden zijn oorzaak dat zij in haar werk bemoeilijkt wordt en zijn deze kosten voor de laatste maal geweest.

S. Cosman komt in 1942 nog voor in de notulen, na zijn aftreden wordt hij namelijk samen met de heer Gerbrands beschuldigd van malversaties (17-4-'42, notulen BVV). Als Vroegop stelt dat de problemen niet binnenskamers moeten worden gehouden, dringt Uilham aan op voorzichtigheid: daar lenen de tijden zich niet voor. De naam Vaz Diaz is niet teruggevonden in notulen of in De Volkstuin van na de oorlog. Voor G. Verdoner-Salomons zie hier

De bestuursvergadering van de BVV van 7 november wordt afgelast wegens luchtalarm.

Op de vergadering van 1 december is het voornaamste onderwerp van de notulen het probleem dat er geen vruchtboomcarbolineum meer wordt gemaakt, en wordt er langdurig gesproken  over bestrijdingsmiddelen.

Wat meldt De Volkstuin over de ontwikkelingen?

In het nummer van november 1941:

Concentratie
Concentratie is samenvoeging van wat bij elkaar hoort. Van die concentratiepogingen kregen wij deze dagen een mededeeling uit Den Haag van de Commissaris voor Vereenigen met geen Economisch Doel. Ons werd mededeling gedaan van de papierschaarste, die het noodzakelijk maken dat verscheidene periodieken opgeheven werden, of waar dit mogelijk was in één blad zou komen. Het is gebleken, dat naast onze 24-jarige "De Volkstuin" nog een aantal periodieken bestaan met hetzelfde doel en strekking. Ons blad is het oudste, heeft de grootste oplaag en zal dus aangewezen worden om ook de andere perodieken te vervangen.
Onderhandelingen met de betrokken Vereenigingen zijn bereids aangevangen. Dit wat her orgaan betreft.
Doch ook de concentratie van de Vereenigingen wordt even noodzakelijk geacht om doorgevoerd te worden.

Uit het eerste nummer van De Volkstuin van 1942:

Weer zijn wij een nieuwen tijdkring ingetreden. Beginnen wij aan allen, die met ons vereenigd zijn, onze beste wenschen voor den nieuwe tijdkring aan te bieden.

Een zwaar jaar in menig opzicht ligt achter ons en wij gaan niet onbezwaard het pas begonnen jaar in, in veelerlei opzicht. De organisatie groeit onder den druk der tijden en laten we hopen, dat de overtuiging allen, die bij ons zijn gekomen, dit besluit doet nemen om gezamenlijk sterk te zijn, gezamenlijk de moeilijkheden te dragen, die de tijd ons nu onvermijdelijk oplegt. Ons tuinieren leert on dat bij intensieve bewerking de woeste, de oude, telkens schijndood zijnde grond bloemen en vruchten oplevert, tot onderhoud van ons bestaan en tot verkwikking van onzen geest. Wij ondervinden en zullen het gaarne weer ondergaan de vredige rust die op onzen tuin bij het kweeken van bloem en plant over ons komt.

Dat dit jaar van ons te zamen en voor een ieder in het bijzonder een goed mag zijn. Dat wij ons bij voortduring in het rijkste bezit van een goede gezondheid mogen verheugen, zoowel wij zelf als de onzen. En uiteindelijk, dat het menschdom zich gezamenlijk zal mogen verheugen, omdat het vrede wenscht. Een vrede, die arbeid en brood geeft aan allen. Een jaar, dat gevolgd zal en kan worden door opbouw ook van onzen tuin. Alles ondanks de zware tijden

VEEL HEIL EN ZEGEN.

Alle volkstuinders die vanaf dit nummer regelmatig ons orgaan zullen ontvangen, heeten wij hartelijk welkom en spreken daarbij den wensch uit, dat wij gezamenlijk aan den opbouw van het instituut volkstuinen zullen mogen arbeiden. Wij roepen hun een hartelijk welkom toe in onze rijen.

De eisch, gesteld om zich als volkstuinder te organiseeren, zoowel plaatselijk als landelijk, dringt thans overal door. Daarbij komt, dat om zekerheid te hebben, dat zaad- en pootgoed ook werkelijk voor de productie en niet voor de consumptie wordt gebruikt, maakt het noodzakelijk, dat tot organiseeren wordt overgegaan.

Velen zijn van oordeel, dat zij dit reeds eerder hadden moeten doen en deze zoodoende over het doode punt heenbrengt. Wij heeten hen van harte welkom in de rijen der georganiseerde volkstuinders en hopen met hen een gezonde, veel omvattende volkstuinbeweging te kunnen opbouwen, zoowel voor dezen als voor den komende tijd.

In de rubriek Van Maand tot Maand, die mededelingen van de complexen bevat, schrijft Nut en Genoegen:

De laatste maanden hebben verschillende oud-leden hun tuin zeer tegen hun zin moeten verkoopen, vanwege werkzaamheden buiten de stad , enz. enz. en nu juist op het oogenblijk dat er zoo’n sterke behoefte is een tuin te bezitten, maar laten wij hopen dat deze oud-leden later wederom in onze gelederen zullen terug keeren.
(Niet vet in de tekst, red.)

Vrucht na Arbeid uit Gouda meldt dat in haar vergadering van 11 dec '41 met overgrote meerderheid is besloten tot aansluiting bij het LV.

Daarmee deed onze vereeniging een stap in de goede richting. Laat ons hopen, dat de tijd dit zal leeren!

Toch was er ook protest. In een brief van 23 oktober (zonder jaartal, maar naar alle waarschijnlijkheid '41) van het Alg. Verbond aan de Weled. Heer Commissaris voor Niet-Economische Vereenigingen wordt melding gemaakt van een een enkele vereniging die het verplichte lidmaatschap heeft opgezegd (Vrucht na Arbeid, in december dus toch weer van gedachten veranderd) en ook tuinen in Utrecht en Velzen.

De betreffende vereenigingen weigeren het orgaan De Volkstuin te ontvangen

Redenen en gevolgen worden niet vermeld.


De registratie gaat verder. De gewone dingen op de volkstuin ook.

In de Nederlandsche staatscourant van 27 april is opgenomen de Bodemproductiebeschikking 1942 volkstuinen, die een aantal voorschiften bevat waaraan de houders van volkstuinen moeten voldoen: 

Om een volkstuin te mogen gebruiken, moet men ingeschreven zijn bij de landbouw-crisis-organisatie binnen wier werkgebied de tuin ligt. Deze inschrijving moet worden aangevraagd op een formulier, dat hij bij den plaatselijken bureauhouder van de landbouw-crisis-organisatie, binnen wiens gebied de tuin ligt, verkrijgbaar is.

Alle tuinders moeten zich voor 12 mei laten registreren (voor de teelt en ook voor vervoer van gewassen). Men moet zijn bewijs van registratie steeds kunnen tonen. De maximale grootte van de nieuwe oorlogstuinen is 200 m2, waarvan 100  voor aardappelen. Eén tuin per gezin en als je al een tuin hebt bij het huis, dan geen volkstuin. Doen bewerken van de tuin door derden is niet toegestaan. Voor vervoer van meer dan 7 kg aardappelen is een vervoerbewijs nodig. 

 

Jaarvergadering Klein Dantzig op zondag 1 februari nam. 2 uur in Het Kraaiennest a/d Polderweg. Aanwezig 86 leden.

Uit de openingsrede:

... Verder memoreert hij (de voorzitter) dat het afgeloopen jaar weinig reden tot tevredenheid heeft gegeven. Als we er in geslaagd zijn in vereenigingsverband gemeenschapszin te kweeken, dan hebben we het mogelijke bereikt. Door ingrijpen van hoogerhand is er veel veranderd, de resultaten hiervan moeten afgewacht worden. Hij wijst op het vele werk in den Bond, wekt de leden op tot medewerking. Vervolgens herdenkt hij de gestorven leden, waarbij allen hunne nagedachtenis eenige oogenblikken staande eeren.

De vergadering gaat verder met verslagen van de verschillende commissies. Er is wat extra grond te verdelen, die is vrijgekomen op het Jeugdterrein. Het voorstel is de grond uit te gegeven voor één jaar of zolang als de oorlog duurt:

We moeten elk stukje benutten. Het is gewenscht het terrein eerst goed om te spitten.

Sommige sprekers wensen voorrang voor grote gezinnen. Een ander wil verloten, of kleine percelen uitgeven. Een derde stelt voor

de perceelen als oorlogstuinen te beschouwen en alleen aardappelen en boonen te telen, verder het bestuur voorrang te geven.

Weer een ander wil alleen de aanwezigen laten deelnemen. Uiteindelijk wordt aangenomen dat de grond bij voorrang gaat naar bestuurders die nog geen 200 m2 tuin hebben.

 

Een ander belangrijk onderwerp is de instelling van een bewakingscommissie. Er wordt al sinds jaar en dag wachtgelopen om de oogst te beschermen. De redenen voor de instelling van de commissie worden uiteengezet door de voorzitter:

Als we van den tuin willen halen wat we er op zetten, moeten we er iets voor over hebben. Op sommmige complexen wordt fl 1,50 boete geheven bij verzuim. Het bestuur heeft dit niet gewild. We moeten zorgen dat één man niet alles te doen heeft. Hij vraagt 3 of 4 menschen die zich beschikbaar stellen en die tevens letten op verwaarloosde tuinen. Dhr R. wijst erop dat 's morgens afwisselend door 7 oudere tuinders wacht werd gehouden en vraagt of de tuinders van elke drie laantjes niet voor bewaking kunnen zorgen. Voorzitter is voor een bewakingscommissie. R. wijst op het nut van het diploma, P. op de plichten der leden. Voorzitter vraagt vrij mandaat voor de te vormen commissie. Wordt goedgekeurd. Op de vraag wie zich beschikbaar stelt, geven de heeren K., F, S, W, R en vd K. zich op. Voorzitter deelt mede dat spoedig een bijeenkomst zal worden gehouden. De B. en M. vragen eenige laantjes bij elkaar te laten bewaken. Voorzitter wil dat aan de Comissie overlaten. Hij wekt de leden op hun plicht te doen. R vraagt of eventueele boete voor de jeugd is. Voorzitter acht dit niet mogelijk, maar eventueel wel voor werkloozen. Van M. jr vraagt wie een goed plan heeft.

 

In 1942 bestaat de BVV 25 jaar. Vroegop spreekt de Algemene Vergadering toe (25 juli):

Vroegop dankt de verschillende sprekers voor hun waardering. In deze 25 jaar is veel vertrouwen geschapen. Vroegop rekent in de toekomst op de trouw van elk lid en vooral van het Kader. Het Bondsbestuur maakt moeilijke tijden mee en het gaat er om zoo goed mogelijk door deze tijden heen te komen. Wij hebben een overtuiging mede te dragen, en recht op den Vaderlandschen bodem en voor dat recht komen wij 25 jaar op.

 


startpagina

1943

 

Zondag 7 februari 1943 nam. 2 uur

Er zijn kennelijk weer nieuwe regels met betrekking tot registratie. Er wordt in de notulen van Klein Dantzig melding gemaakt van registratie via formulieren op het stadhuis.

Het steunfonds voor de tuinders in Rotterdam wordt opgeheven en er wordt voorgesteld een bewakingsploeg in te stellen tegen een vergoeding van fl 0,75 per avond:

Voorzitter wijst erop dat bewaking zeer noodzakelijk is, gezien de moeilijke voedselpositie. Dhr S. wil de slootkant afzetten met een plank, zodat men niet van het land op den tuin kan springen. Dhr H. zegt dat zoo'n plank juist genomen wordt om over de sloot te komen. Voorz. zegt toe te zullen doen wat in onze macht is. De tuinders moeten zelf meewerken en vreemden naar hun bewijs vragen, Dhr. T zegt: de schuld ligt vaak bij de leden, die niet-leden op den tuin halen. Dhr. P zegt dat door verzuim van de verplichte poortwacht fl 38,55 boete is betaald. Hij noemt dit iets hopeloos.

(Volgt discussie over de hoogte van de boete en of royement een optie is; discussie of laanwacht in eigen vak of in andere vakken moeten lopen; discussie of 's ochtends van 5 tot 8 ook wacht gelopen moet worden. )

Voorz. wil de oudjes iets vroeger laten weggaan. Voor het bestuur zullen "Ausweise" gevraagd worden om controle uit te oefenen.



Op 27 september van dat jaar 1943 geeft het Illegale Parool op pagina 5, rechter kolom bovenaan, een beschrijving van gaskamers in o.a. Auschwitz, waarin wel 1000 mensen tegelijk worden vermoord.

 


startpagina

1944

 

26 februari 1944,  jaarvergadering Klein Dantzig 

Namens het bestuur heet Voorzitter dhr Postma allen hartelijk welkom, in 't bijzonder dhr Disseldorp als gedelegeerde hoofdbestuur. In zijn openingsrede zegt Voorz dat er weer een oorlogsjaar is voorbijgegaan, een jaar van veel droefenis, waarin ontzaglijke hoeveelheden materiaal vernietigd zijn. De schade is in een menschenleven niet te herstellen. Te verwachten is dat stukken grond onder water gezet worden. Wij mogen ons gelukkig achten dat Klein Dantzig nog in tact is gebleven in tegenstelling tot sommige zusterafdeelingen waar na jarenlang ploeteren, alles met den grond is gelijk gemaakt. De grond mag wel bebouwd worden, voor velen is het te weinig bemoedigend om door te gaan en vele leden van de getroffen tuingroepen bedankten, vooral de oudere leden. Over Klein Dantzig is nog niets bekend. Voorz is echter optimistisch gestemd en wekt op goeden moed te houden. Op de tuingroep zijn in 1943 geen geweldige dingen gebeurd. De Inkoop- en de Bouw-Commissie hadden een moeilijk jaar. Voor de eerste was het moeilijk aan de spullen te komen. De tuinders mopperen wel eens, er is echter heel wat gedaan in het belang van de tuinders. Het is niet prettig om op deze manier te werken. De Bouw-Commissie heeft gedaan wat ze doen kon. Er is heel wat meer de hand mee gelicht dan in andere jaren. Wat afgebroken moest worden is echter gebeurd. Het Revuegezelschap heeft de werkzaamheden geheel stopgezet.

...

Het complex is zo goed als vrij van loodglans door het doortastend optreden van deze (beplantings) Commissie. Voorz hoopt dat deze gevaarlijke ziekte zoo onder de knie kan worden gehouden. In het afgeloopen jaar hebben we niet alle leden bij elkaar kunnen houden. Eenigen hebben wij door overlijden moeten afstaan. Voorz. verzoekt de aanwezigen te hunner nagedachtenis te gaan staan en hen te herdenken.

Mededeelingen Voorz. zegt: wij Nederlanders hebben in den regel tegen 1 ding zeer groote grief, namelijk tegen belasting betalen, waarna hij de brief betreffende grondbelasting voorleest, waaruit blijkt dat de afdeeling totaal

fl 193,66 moet betalen, waarvan fl 179,74 ten laste van de leden. Voorz. zegt nooit gedacht te hebben dat deze belasting er door zou komen. Er is nog een verzoekschrift onderweg aan den Prov. Commissaris om vrijstelling. Wij dienen dus nog even af te wachten, te zijner tijd komt de beslissing.

Hier dus openlijk kritiek op een aangekondigde maatregel.

 


startpagina

1945

 

De vrede komt en er mag nu weer vrijelijk worden geschreven...

 

Herdenkingen

 

In de notulen van de eerste vergadering na de bevrijding, zaterdag 2 juni, slechts één zinnetje (424-8):

 

Opening. Vroegop opent om 3 uur. Heet allen hartelijk welkom en herdenkt de overledenen op de complexen.

 

In De Volkstuin

 

Het tijdschrift verscheen in juli en augustus ’44 in een kleinere, dunnere uitgave en verscheen helemaal niet tussen september 1944 en augustus 1945. Uit het eerste nummer na de oorlog: 

Waarde Vrienden,

 

Na 5 jaar van onderdrukking heeft eindelijk het groot-duitse monster, na voor ons tal van spannende dagen, den kop gebogen en is ons Vaderland weer vrij.

Een gevoel van dankbaarheid welkt in ons op, dat wij dit feit mede mogen beleven en met diepen weemoed herdenken wij hen, die voor deze vrijheid vielen en hen, die daarvoor in concentratiekampen zuchtten.

Hoewel eensgezind vermagerd, zijn wij met onze gezinnen dezen tijd goed doorgekomen en wij hopen dat dit laatste bij U eveneens het geval is.

 

Voorwaarts in Vrij Nederland!

Namens het bestuur (van de CICAV) B Pekela, secr.

 

In het nummer van september een herdenking door de heer P. Visser van het Algemeen Verbond:

 

De getroffen gebieden

 

Nu de oorlog afgeloopen is en we in staat zijn om den toestand op te nemen, blijkt het wel, dat er zeer groote verschillen bestaan in de wijze waarop de verschillende leden van de Nederlandsche bevolking door de bezettingsjaren zijn gekomen.

In de eerste plaats zijn er degenen, die voor de verdediging van het Vaderland of in hun verzet tegen de bezetters hun leven hebben gegeven. Met groot respect voor hetgeen zij deden, gedenken we in eerbied deze strijders voor de nationale zaak en brengen ook in dit blad hun een eeresaluut.

In de tweede plaats denken we aan hun nabestaanden, die een goeden Vader of zoon verloren en daardoor ook een groot offer brachten voor ons Vaderland.

In de derde plaats zien we de menschen die hun bezittingen geheel of bijna geheel hebben verloren en voor wien het leven doorgaat, doch die zich daarvoor op de  meest primitieve wijze moeten behelpen.

Hoewel er nog vele andere groepen zijn te noemen, zullen we tenslotte nog vermelden degenen, die geen familieleden hebben verloren en wier bezittingen nog in tact zijn.

 

Verder  het bericht dat Rust en Vreugd slechts 1 slachtoffer betreurt van de oorlog, een lid dat op hongertocht ging met de Lemmerboot en bij een botsing daarvan omkwam.

 

 

Uit het Jaarverslag van de BVV van 1945

 

Van de 2e Secretaris, P.G. Moen:

De Bond is zichzelve gebleven en de gehate bezetter heeft er geen vat op gehad. Wel sloeg hij zijn schendende hand aan de huisjes van 6 onzer tuingroepen, maar van de organisatie zelve bleef hij af. Daarmede was ons groote doel bereikt en geeft ons dat een heerlijke voldoening

L.W. den Tol, penningmeester Klein Dantzig:

Ondanks zeer grote moeilijkheden, kunnen wij zeggen, onze BVV is blijven bestaan en wel op stevige pooten. Met inspanning van al onze krachten is men erin geslaagd hem zo goed als ongeschonden door den benarden tijd heen te halen. Ofschoon heel wat geeischt werd van den Bond door den bezetter, maar het Hoofdbestuur gesteund door de tuingroepbesturen boden het hoofd en werden de eischen zooveel mogelijk op den langen baan geschoven. Velen onzer leden, die ver van huis waren te werk gesteld door den vijand, keerden naar huis terug, maar ook niet allen keerden weer en stierven in de concentratiekampen of door middel van den marteldood. Laten wij hen in stilte gedenken en troostrijke woorden richten aan de getroffen gezinnen dier tuinders. Zij rusten in vrede.

 


startpagina

Naschrift

 

Gezien de ingrijpende maatregelen die de Bond zijn opgelegd - buitensluiting van joodse tuinders, opheffing van alle andere volkstuinverenigingen, verplicht lidmaatschap en censuur - is het opvallend dat uit de woorden van de bestuurders zoveel tevredenheid spreekt. De Bond zo goed als ongeschonden, de bezetter heeft er geen vat op gehad... De verdreven joden worden nergens bij name genoemd, ook niet in de tot nu toe geraadpleegde stukken van de afzonderlijke tuingroepen. Was het omdat ze toen al sinds eind 1941 geen lid meer waren? Kregen eventuele overlevenden bijvoorbeeld met voorrang een nieuwe tuin toegewezen?